In Egmond-Binnen komt de benedictijnse kloostergemeenschap van de Sint-Adelbertabdij dagelijks samen voor het getijdengebed en de eucharistie: lauden, middaggebed, vespers, completen en de lezingendienst wisselen elkaar af met de dagelijkse mis, in de eeuwenoude ritmiek van het benedictijnse klooster. De abdijkerk is gewijd aan Adelbert van Egmond, de achtste-eeuwse Angelsaksische missionaris die met Willibrord in Frisia predikte en na zijn dood in hoog aanzien kwam te staan; zijn overblijfselen rusten nog altijd onder het altaar van de kerk.
De Sint-Adelbertabdij is de oudste abdij van Holland, gesticht aan het begin van de tiende eeuw door graaf Dirk I van West-Frisia. Na eeuwen van bloei werd de middeleeuwse abdij in 1573 op bevel van Willem van Oranje verwoest door de watergeuzen; de ruïnes werden omstreeks 1800 opgeruimd. Pas in de twintigste eeuw kwam de heroprichting tot stand: in 1933 begon de bouw naar een ambitieus, slechts gedeeltelijk uitgevoerd plan van architect A.J. Kropholler, en op 23 augustus 1935 betrokken de eerste monniken het nieuwe gebouw.
In de periode 1948-1953 breidde architect B.J. Koldewey het complex uit met een woongedeelte en een kerk. In 1954 kreeg de kerk een nieuw altaar van beeldhouwer René van Seumeren, gedragen door vier monniken die de monastieke geloften van bezitloosheid, ongehuwde staat, gehoorzaamheid en stabiliteit verbeelden. Tussen 2008 en 2010 volgde een ingrijpende verbouwing van het Koldewey-gedeelte door architect Toon Oomen, die ook een nieuwe porterie in Bossche-schoolstijl ontwierp.